Bij wegen is afschot de dwarshelling die in het wegdek wordt aangebracht om een goede afwatering te verzekeren. De helling is afhankelijk van de klimatologische omstandigheden en het soort verharding. Zo is bij betonverharding een hellingspercentage van 2% (1:50) gebruikelijk, bij asfalt 2,5% en bij normale bestrating 2,5% tot 4%.

Een plat dak ligt op afschot zodat het regenwater zich op het laagste punt verzamelt. Op dit laagste punt stroomt het water dan via een regenwateruitloop hemelwaterafvoer naar beneden, alwaar het verder wordt afgevoerd (gemeenteriool/regenton/etc.).
Leidingwerk is op afschot gemonteerd als het (net) niet waterpas is, veelal met de intentie om de vloeistof in het systeem naar een centraal punt te leiden.
Deze situaties doet zich onder meer voor bij rioleringssytemen, leidingwerk ligt op afschot om doorstroming van afvalwater te waarborgen. Afschot van riolering bedraagt 0,5 cm/m (of 0,5%). Is het afschot te groot dan zal het afvalwater te snel wegstromen en bestaat de kans dat niet vloeibare bestanddelen (ontlasting) achterblijven. Is het afschot te klein dan kan het afvalwater te langzaam wegstromen waardoor niet vloeibare bestanddelen zich ophopen. Beide situaties kunnen resulteren in verstopping van de riolering. De rookgasafvoer van HR-ketels moet op afschot in de richting van de ketel worden aangelegd. Zodoende wordt condensvochtteruggevoerd in de ketel alwaar het via een sifonwordt afgevoerd naar het riool.